Opinie, Sophie Janssens

Snobistisch gelul over potpourri

Sophie Janssens;
Geschiedenis, Amsterdam.

Onderuitgezakt lag ik op een zondagochtend ergens in de Bijlmer op een grote comfortabele bank met een vriend TV te kijken. Met een te verwaarlozen kater rookten we sigaretten terwijl we wachtten op de croissantjes die in de oven goudkleurend opzwollen. Met open mond had ik gekeken naar hoe de KRO de Roelofardenveense eucharistieviering uitzond. Goed verzorgde blonde meisjes, die men volgens mij doordeweeks best weleens op een Amsterdamse rechtenfaculteit zou kunnen tegenkomen, zongen in strakke witte spijkerbroeken ‘Eer aan God in den hoge, Heer God, hemelse koning, God almachtige Vader’. Hun nogal catchy-musicalachtige liederen werden afgewisseld door preken van een puberpuisterige pastoor, terwijl er op de achtergrond een jong meisje met twee blonde staarten af en toe verveeld in haar wipneusje peuterde. Ik zag de beelden van het kerkpubliek: het waren voornamelijk oudere mensen die nogal vervreemd met de klanken van het hippe kerkkoor en goedkope keyboard probeerden mee te brabbelen, maar op precies het juiste moment en vol overtuiging (en misschien wat opluchting) ‘amen!’ wisten te roepen. Lees verder

Standaard
Poëzie & Proza, Thijs Joores

Kersenboomgaard

Thijs Joores;
Literatuurwetenschap, Utrecht


wel kom binnen
ik ben echt
niet eng

geen zorgen
dat ik op elk geslacht val
betekent niet dat ik je zo
in een berenklem zet
boven een vuur spiets
en verorber tot er niets
van je over is
tenminste
niet per se

voel je geen prooi
wij praten vannacht
dus kom lekker zitten
wil je bier? wijn?
zeg het maar
ik heb allebei

vind je het hier mooi?
hier ben ik op jacht
mensen mogen hier komen
kijken zoals jij
st
erker
pluk zelf een kers
als je wil
het is niet verboden

Standaard
Chris van Kalkeren, Opinie

Waarom ik het helemaal gehad heb met vleeseters die mij als vegetariër een schuldgevoel proberen aan te praten

Chris van Kalkeren;
Sociologie, Amsterdam

Laatst vertelde iemand mij dat ze mij een ‘leuke vegetariër’ vindt, omdat ik niet zo ‘pushy’ ben. Ik lachte maar een beetje en bedankte haar ongemakkelijk, maar toen ik er later over na ging denken realiseerde ik mij dat ik deze opmerking helemaal niet als compliment zie. Ik legde deze persoon, na haar zogenaamde compliment, uit dat ik als vegetariër probeer vleeseters niet de veroordelen (of in ieder geval niet hardop), maar dat dit niet is omdat ik het gedrag van vleeseters, namelijk dode dieren eten, niet werkelijk veroordeel, maar omdat ik geloof dat het niet de manier is om mensen van gedachten te laten veranderen. Om mensen werkelijk tot inkeer te laten komen, moeten ze zelf een goede reden hebben om vegetariër of veganist te worden én te blijven, of dit nou uit gezondheids- of ideologische, principiële overwegingen is. Dit betekent echter niet dat ik het gedrag van vleeseters goedkeur. En dit betekent ook zeker niet dat ik het begrijp dat mensen (die de feiten omtrent dierenleed en klimaatverandering kennen) vlees eten. Want dat doe ik niet. Lees verder

Standaard
Jeanine van den Heuvel, Poëzie & Proza

Op Weg naar het Einde

Jeanine van den Heuvel;
Geschiedenis, Amsterdam. 

We dronken nog een biertje na het werk. Er waren zes stuks van ons, de een nog authentieker dan de ander. Jasper droeg een hoed, Lizans haar was rood. We bestelden luidruchtig bij de barman. Zes bier!zei Daan tegen hem. En drie porties bitterballen!. We lachten allemaal. Het was bijna vakantie. Die bitterballen konden wel een keer. Jaspers hoed ging op tafel, de sigaretten gingen aan.Mag ik er een van jou?zei Lizan. Ik gaf er één. Sierlijk stak ze de sigaret aan. Dat was me het dagje wel.De anderen reageerden. Heftig inderdaad.’ ‘Toe aan vakantie.We lachten. Het was maar goed dat het bijna klaar was. Lees verder

Standaard
Elianne van Elderen, Proza & Poëzie

Onze basisschool brandde af in de zomervakantie

Elianne van Elderen;
Grieks en Latijn (Nijmegen), Creative Writing (Arnhem). 

Als je het blazen van zeepbellen filmt en vervolgens
in omgekeerde volgorde afspeelt lijkt het alsof we alles
slikken dat er over ons wordt gedacht. We zetten tatoeages
van meisjes en jongens, drie maanden later proberen ze onze
naam te vergeten.

De onderkant van mijn hand liet nog licht
door naar de bovenkant alsof er nog niet genoeg
donker in mij zat om het op te eten. Onze vriendschaps-
armbandjes beginnen te rafelen en de lijm is bijna van onze
vingers gepeuterd.

We worden alleen verliefd in de zomer, wanneer
de blauwe plekken zichtbaar zijn op onze
knieën, alsof we willen laten zien ‘kijk hoe
vaak ik gevallen ben. Breng me nu weer
omhoog.’

Ik weet niet op hoeveel
foto’s ik niet zal staan of in hoeveel ogen
ik vandaag voor het laatst gekeken heb. Het lengteverschil
tussen onze lichamen lijkt groter

van dichtbij.

Standaard
Jesper Kuin, Poëzie & Proza

Ode aan het theehuis

Jesper Kuin;
Arabisch, Caïro.

Welcome to Egypt’, klinkt het terwijl ik een slok neem van mijn thee in downtown Caïro. De man die me verwelkomde probeert een gesprek aan te knopen met de vraag waar ik vandaan kom, ik antwoord Hulanda. ‘Ah, goede mensen’, zegt hij, om vervolgens een hele lijst met bekende voetballers op te sommen.

Op elke hoek en straat zit er wel een theehuis, Ahwa in het Arabisch. Al honderden jaren is dit de plek voor Egyptenaren om samen te komen, grappen te maken en de wereld aan hen voorbij te laten gaan. De theehuizen zijn er in alle soorten en maten. Om een idee te geven: voor elke 200 mensen is er één theehuis. Zo wonen er 25 miljoen mensen in Cairo, sommigen beweren zelfs bijna 30 – dus reken maar uit. Het klassieke theehuis bestaat uit niet meer dan plastic – soms houten – stoelen en tafels, binnen en buiten, een betegeld keukentje met een toonbank waar een man met een fornuisje zijn water kookt, en een blender om zijn mozz bi laban, banaan met melk, te maken. Daarnaast staan er talloze shisha’s uitgestald, klaar om met kooltjes verwarmd te worden en zoete geuren te verspreiden. Tussen de tafels rennen mannen in spijkerbroeken die bestellingen en grappen naar elkaar schreeuwen. Lees verder

Standaard
Poëzie & Proza, Sophie Janssens

Dat zal mij leren

Sophie Janssens;
Geschiedenis, Amsterdam.

Ik loop over straat, het is bijna nacht en ik probeer niet te denken aan de routes die ik neem omdat ik bang ben slachtoffer te worden van het patroon waar ik altijd in val: dat nachtelijke wandelingen op zoek naar nieuwe ideeën en bevindingen gekaapt worden door een leidende stem die luidruchtig maar totaal onzeker van zijn zaak roept welke wegen er het best ingeslagen kunnen worden voor de beste denkresultaten. Nee, vanavond zal ik zelf het woord in mijn hoofd voeren, juist door geen rekening te houden met mijn eigen zenuwachtige obsessies om een bepaalde ingeving te verwekken. Zo loop ik, mijzelf dwingend geen rekening te houden met de straten die ik mooi vind, de mensen die ik eventueel tegen zou kunnen komen of eventuele herhalingen waar ik in zou kunnen vervallen. Ik probeer aan zo min mogelijk te denken. Of liever gezegd probeer ik alleen te denken aan wat ik willekeurig bemerk. Lees verder

Standaard