Opinie, Stijn van Weegberg

Maak van treinreizen een feestje

Stijn van Weegberg;
Klinische Technologie, Delft.

Treinreizen is voor veel van ons een verplichte bezigheid die dagelijks veel ellende en frustraties oplevert. Als je door alle vertragingen en uitvallende treinen dan ook nog eens twee uur extra reistijd krijgt, is je leven goed samen te vatten als eat sleep train repeat. Ga maar na: je staat ’s ochtends op, doucht even, werkt een bakje yoghurt met muesli naar binnen en springt op de fiets naar het station, op weg naar je werk of studie. Eenmaal daar aangekomen baan je je een weg door de mensenmassa en kom je op een perron te staan waar die hele mensenmassa van net zich verzameld lijkt te hebben, maar dan keer twee. Wanneer je een plekje hebt gevonden, zittend of staand (maar vaker dat laatste), begint de sleur van mensen die te vroeg opstaan, vier rolkoffers in je gezicht en personen die menen dat hun Eastpak meer recht heeft op een stoel dan die 84-jaar oude vrouw met wandelstok. En aan het einde van de middag maak je dit dan allemaal nóg een keer mee.  Lees verder

Standaard
Chiara Staal, Opinie

Psychiatrische problematiek bij jeugdigen als een opblaasbal onder water

Chiara Staal;
Psychologie, Amsterdam.

Voortdurend staan de kranten vol met berichten over zorginstellingen die om budgettaire of gerelateerde redenen tijdelijk geen behandeltrajecten meer kunnen starten, zorgverleners die – volledig tegen hun liefde voor het vak en de doelgroep in – de zorg voor kinderen en jongeren door toegenomen administratiedruk opgeven en professionals die de noodklok luiden. Hoe zijn we hier terechtgekomen en hoe hard moet die noodklok geluid worden? Als studente Psychologie is dit iets waar ik mij, vanuit mijn interesse in het vakgebied, urenlang druk over kan maken. Ik vraag mezelf af hoe het mogelijk is dat de zorg voor jongeren op dit moment dusdanig te kort schiet, dat velen niet de juiste hulp krijgen – om welke reden dan ook –, terwijl zij dit ontzettend hard nodig hebben. Een deel van deze, bovendien in grootte toenemende, groep laten wij schijnbaar in de kou achter. Lees verder

Standaard
Sophie Janssens, Wetenschappelijk

Aristide Bruant als naturalistische feminist

Sophie Janssens;
Geschiedenis, Nederlandse taal & cultuur, Amsterdam.

Het fin de siècle van Parijs kenmerkte zich door een enorme groei van allerlei kunststijlen en maatschappelijke bewegingen. Aan de hand van het lied A Saint-Lazare zien wij hoe deze twee ontwikkelingen hand in hand konden gaan.

De gewone man als muze
Tussen 1889 en 1904 schreef de Parijse chansonnier Artistide Louis Armand Bruant de driedelige liedserie Dans la rue, waarin hij verhalen bezingt over Parijzenaren, die zich elke keer op een typerende Parijse plek bevinden. Zo behandelt hij de gevangenis La Roquette en de kunstenaarswijk La Batignolles. Meestal betreffen zijn liederen tragische situaties en Bruant stond er dan ook om bekend zich te beklagen over het lot van minderbedeelden. Als uitgesproken socialist zong en schreef hij veel over de lagere samenlevingsklassen, waarbij hij deze als slachtoffer van het systeem en de maatschappij weergaf. In het lied A Saint-Lazare toont Bruant zijn hoofdrolspeelster echter niet slechts als slachtoffer van het systeem, maar ook van de man.
Lees verder

Standaard
Poëzie & Proza, Rebecca Zeinstra

En weer opnieuw

Rebecca Zeinstra;
Politicologie, Amsterdam.

In mijn hoofd doe ik altijd alles goed.
Mijn woorden worden daden
en wat ik aanraak behoudt zijn gloed.
Totdat het anders moet.

Mijn woorden worden hol
en er zijn doolhoven verscholen in elke emotie
die ik uit. Ze besluit
dat mijn ademhaling te veel condens
achterlaat. Ik maak vaart

naar mijn volgende verandering.
Het maakt me niet echt uit
dat ze me gebruikt. Ook al is dat parfum
op mijn lakens niet van haar of van mij.
We staren naar boten die elkaar
net niet raken. Onze handen doen hetzelfde.

De laatste aanpassing is eindelijk daar.
Mijn hart is geen anker meer maar een spaan
die op een gemiddeld tempo het water raakt.
Er is een wereld aan eigenschappen
die ik bij de kust achterlaat. Het is
immers te laat

om nu nog terug te gaan.

Standaard
Chiara Staal, Opinie

Roep om verbinding van een bijna verloren stem

Chiara Staal;
Psychologie, Amsterdam.

Als zogeheten millennial maak ik mij meer dan eens zorgen over de toekomst. Niet alleen over mijn persoonlijke toekomst, maar voornamelijk over allerlei ontwikkelingen in de samenleving. Recent nog bereikte mij het bericht dat de AfD, alhoewel niet de grootste, terrein had gewonnen bij onze Oosterburen. Ditzelfde gold in maart voor de PVV van Geert Wilders en de leden van het Brexit-kamp in Groot Brittannië. Gefrustreerd kijk ik toe hoe oudere generaties het politieke en maatschappelijke landschap voor de komende decennia vormgeven, terwijl ik voor mijn gevoel machteloos aan de zijlijn sta. Hopend op en vragend om tolerantie en empathie, maar ik lijk mijn stem verloren te zijn. Of misschien niet geheel verloren, maar ik verlies de moed en energie om tegen het onbegrip in te gaan. 
Lees verder

Standaard
Opinie, Sjoukje Croux

All bladders are equal

…but some bladders are more equal than others.


Sjoukje Croux;
Journalistiek, Amsterdam – Filosofie, Utrecht.

Afgelopen zaterdagochtend, om een uur of 6, liep ik bescheiden beschonken over het Heinekenplein. Het was laat genoeg voor cafés om gesloten te zijn, en te vroeg voor koffietenten om open te gaan. Mijn blaas klopte in mijn buik en seinde naar mijn brein dat hij snel geleegd zou moeten worden. Wetende dat een sociaal geaccepteerde oplossing niet op het programma stond, gebaarde ik naar de vriend waar ik mee rondliep dat hij zich even moest omdraaien. ‘Sorry Joep, maar de nood is aan de man.’ (Hah). Lees verder

Standaard
Luc Vorsteveld, Poëzie & Proza

Gevallen fruit

Luc Vorsteveld;
Politicologie, Amsterdam.

We vinden elkaar tussen gevallen fruit
verscholen tussen bladeren, denkend aan vroeger
jij ruikt naar boomgaard en ik naar slaap
je kijkt niet naar mij om in de kou van de nacht
en ik kijk vooruit, mijn armen gespreid
een lach en je drinkt je tranen voordat
ik ze met de muis van mijn hand voorzichtig
weg kan vegen, we voeren een zacht gesprek
ik hoor haast niet wat ik zelf zeg maar het is goed.

We tellen af tot de volgende dag en leggen onze
hoofden naast elkaar op pas gemaaid gras
een lach
en onder de vlag van wij zijn en wij willen
veroveren we de golvende velden,
de bomen bloeien en het fruit zal
als uit het niets verschijnen tussen takken
en vingers, onder je ogen gerimpelde huid
als de perzik, het sap droop van je kin
en je lachte, alsof je het verwachtte
denken aan vroeger en ook aan vandaag
de kou uit je hart sluitend en je
draait je eindelijk om, een moe gezicht
want rusten kan altijd nog.

We tellen de seconden tot de volgende dag
en ik hoor mijn eigen stem in de verte
en de jouwe van dichtbij
wij zijn vrij en opgesloten
de bomen overstemmen mij
wij zijn voor altijd gevallen fruit
tellend tot de morgen die misschien
nooit komen zal.

Je wenst me
goedenacht.
Rust zacht.

Standaard